Vogeltelling 17 maart 2018

Zaterdag 17 maart hebben Leo Hofland, Rudy de Hoog en ondergetekende de maandelijkse wadvogeltelling op het Balgzand uitgevoerd. Een memorabele telling, niet in het minst door de snijdende kou deze dag. Ondanks 4 lagen kleding en een hete douche bij thuiskomst was de kou ’s avonds laat pas m’n lijf uit. Door de harde oostenwind kwam het tij tijdens hoog water de afgelopen dagen ook aanmerkelijk minder hoog dan voorspeld. Van hoog water was feitelijk nog nauwelijks sprake. Op een aantal plekken elders in de Waddenzee is de telling daarom zelfs geheel afgelast. Ondanks de lastige omstandigheden werden op het Balgzand toch nog bijna 20.000 vogels geteld, wat nog niet eens tegenviel. Wel waren ook hier in de verte (op niet onder water gelopen wadplaten) grote aantallen vogels zichtbaar die niet op naam te brengen waren (en dus ook niet mee zijn geteld).

De waargenomen soorten en vastgestelde aantallen waren een voor midden maart enigszins ongebruikelijke mix van langer blijvende hangende wintergasten (o.a. Dodaars, Brilduiker en Nonnetje) en vroege voorjaarstrekkers. Zo waren broedvogels als Grauwe, Canadese en Brandgans in veel lagere aantallen dan gebruikelijk aanwezig en werden veel in deze tijd van het jaar te verwachten steltlopers (o.a. Kievit, Grutto, Steenloper) niet of nauwelijks waargenomen. Waarschijnlijk zijn van deze soorten een groot deel al bij de eerdere en koudere vorstperiode omgekomen of zuidwaarts getrokken en zijn ze nog steeds niet op volle sterkte terug. Door het vrijwel ontbreken van hoog water werden ook van echte wadvogels als Zilverplevier (6), Rosse Grutto (5) en Kanoet (246) maar zeer lage aantallen geteld. Daarentegen waren er bijvoorbeeld al wel flink wat Kluten (248) en Kleine Mantelmeeuwen (28) terug uit zuidelijker gelegen overwinteringsgebieden. Veruit de meest algemene soort was deze telling Bonte Strandloper (8961). Dat ook de Bontjes moeite hadden met de kou bleek uit de gekke plekken waar flinke groepen foeragerend werden waargenomen. Veel vogels zaten in de weinige luwte die kale wadplaten te bieden hebben. Grote, overeind staande Japanse Oesterschelpen bleken favoriet, maar maakten het lastig de vogels te ontdekken en tellen…

Verdere opmerkelijke waarnemingen waren Dodaars (11), Brilduiker (17), Nonnetje (4), Slechtvalk (4), Goudplevier (10), Bontbekplevier (11), Zwarte Ruiter (2), Oeverpieper (2), Rouwkwikstaart (1) en Roodborsttapuit (1).